Mijn winkelmandje

 x 

Winkelwagen is leeg

Ook partners en naasten hebben erkenning nodig

Aandacht voor partners

31178934 ml 2Wanneer je partner een hypofyseaandoening heeft, gaat vaak alle zorg en aandacht uit naar hem of haar. Dat is logisch en noodzakelijk. Maar wie helpt jou als partner, met jouw angsten en twijfels? Bij wie kan jij je verhaal kwijt? Ook voor jou zijn er ineens veel veranderingen in je relatie of gezinssituatie en je verwachtingen voor de toekomst. 

Verder zijn er nog de praktische zaken: kan je partner nog werken? Hoe zal het financieel gaan? Hoe zit het met een eventuele kinderwens?

De periode na de diagnose
Na de diagnose en behandeling komt er heel veel informatie op je af. Veel mensen voelen zich erg verantwoordelijk naar hun partner toe. Verder is er sprake van emoties. Onverwerkt verdriet, machteloosheid, angst voor de toekomst. Boosheid naar artsen en ziekenhuizen toe, over de periode voor de diagnose, en ook daarna. Soms kun je je als partner behoorlijk alleen voelen.

Je vraagt je wel eens af…
Je ziet dat je partner verandert, maar wat hoort bij de aandoening en wat niet? Hoe ga ik daar mee om als partner of familielid? Hoever mag dit een impact hebben op mijn eigen leven? Kan hij/zij bepaald gedrag wel veranderen? In hoeverre moet ik rekening houden met…. Of moet ik duidelijk mijn grenzen aangeven? Dat blijven moeilijke kwesties. Het blijkt dat veel partners, familie en ook vrienden en vriendinnen hier tegenaan lopen.

Welke invloed heeft een hypofyseaandoening op iemands karakter?
Het is per situatie, per man/vrouw verschillend. Maar het is zeker dat hormonen een grote invloed hebben op geest en lichaam (denk aan de menstruatieperiode van een vrouw). Bij de een heeft het een sterkere uitwerking dan bij de ander. En elke patiënt heeft natuurlijk zijn/haar eigen karakter; als partner kan het wel eens moeilijk zijn daarmee om te gaan.

Ook hypofysepatiënten die al langer de aandoening hebben en daar goed mee omgaan hebben vaak net wat meer begrip nodig dan een gezonde partner, hoe leuk en aardig ze verder ook zijn. Ze zijn wat vaker moe, geprikkeld of hebben moeite zich te concentreren. Dit heeft allemaal te maken met de hormoondisbalans.

Maar nogmaals: het is bij iedereen anders. Aan sommige mensen merk je heel weinig. Maar er zijn ook mensen die depressief worden, of agressief (het ‘korte lontje’). Of men stelt zich op als slachtoffer. Er zijn ook patiënten die leven met angst, bijvoorbeeld om te ver van huis te gaan of angst voor een tweede operatie omdat de tumor weer aangroeit.