Mijn winkelmandje

 x 

Winkelwagen is leeg

Gert-Jan Schreuder

GJ

Hyponieuws extra 3 - 2016: Even Voorstellen

Teleurgesteld en opgelucht Mijn naam is Gert-Jan Schreuder, ik ben 60 jaar, getrouwd en heb twee volwassen kinderen. In augustus 2008 is middels een operatie via de neus het adenoom dat mijn hypofyse had platgedrukt, verwijderd. Ik heb pan-hypopituïtarisme ofwel ik ben panhypopit. Ik bleek ook nog slaapapneu te hebben. Na de operatie ging ik weer volledig aan het werk. Want met een paar pilletjes was alles weer opgelost (dacht ik).

Ik werkte als Functioneel Applicatiebeheerder. In oktober 2013 zei mijn manager: wij gaan zo niet verder. Ik was teleurgesteld en opgelucht want het werk is heel leuk, maar viel mij ook heel zwaar. Mijn manager wist van mijn ziekte en zag dat ik niet zo productief was als mijn collega’s. In oktober 2015 ben ik 100 % afgekeurd en krijg nu een WIA/IVA uitkering. Die uitslag was voor mij een heel emotioneel moment. Het is definitief. Ik kan niet meer werken. Ik wilde tot mijn 70e doorgaan, daartegenover was ik ook blij, want zelf wist ik ook wel dat werken in mijn oude functie geen optie meer was.

Zoon
In december 2013 ben ik vrijwilliger geworden bij Hypofyse Stichting als ICT beheerder. Dat is een ander ICT gebied dan waarin ik werkzaam was en ik moest mezelf allerlei nieuwe kennis eigen maken.  Mijn ICT ondersteuning beperkt zich tot de ICT toepassingen waar de vrijwilligers voor de Hypofyse Stichting mee werken. Bij zaken die ik niet ken of begrijp helpt mijn zoon mij.

Revalidatie 
Leren gaat slecht, concentreren gaat slecht en ik ben altijd moe. Dat zullen jullie allemaal wel herkennen. Omdat ik een echte doener ben was ik altijd met van alles bezig. Maar dat lukte niet meer goed. Van mijn huisarts kreeg ik een verwijzing voor revalidatie. Ik kwam terecht bij Vesalius (onderdeel van Altrecht) Zij begeleiden mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Na een aantal tests is dat bij mij dan ook vastgesteld. Tijdens mijn revalidatie heb ik geleerd te herkennen wanneer ik te moe word. Ik weet nu ook dat ik, wanneer ik dan toch doordraaf, een periode ‘s middags moet rusten. Jullie kunnen mij tijdens het symposium gerust aanspreken, over van alles en nog wat!