Mijn winkelmandje

 x 

Winkelwagen is leeg

De hypofyse

Algemeen

De Hypofyse

De hypofyse is een orgaantje ter grootte van een erwt, dat ligt in de holte van de schedelbasis. Trek een denkbeeldige lijn van links naar rechts tussen de slapen: vlak achter de neusbrug ligt de hypofyse.
Op de hypofyse liggen minuscule 'eilandjes' van hormoonproducerende cellen, die elk een ander hormoon produceren of aansturen.
De hypofyse maakt deel uit van het hormonale stelsel en speelt daarin een centrale rol. De hypofyse wordt wel de dirigent van het hormonale orkest genoemd.

Het hormonale stelsel

Het hormonale stelsel bestaat uit een groep endocriene klieren (klieren die hormonen afscheiden) met als voornaamste functie de productie van hormonen. De belangrijkste organen van het hormoonstelsel zijn de hypofyse, de hypothalamus, de schildklier, de bijschildklieren, de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier (pancreas), de bijnieren, de zaadballen en de eierstokken.

Wat doen hormonen?

Hormonen regelen o.a. de groei en ontwikkeling, de voortplanting en de geslachtskenmerken. Ze beïnvloeden de manier waarop het lichaam energie gebruikt en opslaat. Hormonen regelen ook het vloeistofvolume en de zout- en bloedglucosespiegels in het bloed.
Wanneer de endocriene klieren niet goed functioneren kunnen de hormoonspiegels in het bloed te hoog of te laag worden, waardoor de lichaamsfuncties worden verstoord.
Hormonen worden door een klier of orgaan direct aan het bloed afgegeven en beïnvloeden daardoor de werking van cellen elders in het lichaam. Zeer kleine hoeveelheden hormonen brengen al hele grote reacties in het lichaam teweeg.

De hypofyse en de hypothalamus registreren voortdurend of er van een bepaald hormoon meer of minder nodig is. Wanneer de bloedspiegel van een bepaald hormoon te hoog of te laag is, scheiden ze hun hormonen af.
Wanneer de bloedspiegel weer in orde is, wordt de afgifte van hormonen gestaakt. Dit zogeheten 'terugkoppelingsmechanisme' geldt voor de hele door de hypofyse aangestuurde hormoonproductie.

Hormonen en hun functie

De hypofyse heeft een voorkwab en een achterkwab.

In het gezonde lichaam wordt in de hypofysevoorkwab de volgende hormonen aangemaakt:
Bijnierschorsstimulerend hormoon (ACTH), geslachtsklierstimulerende hormonen (het luteïniserend hormoon (LH) en het follikelstimulerend hormoon (FSH), schildklier-stimulerend hormoon (TSH), groeihormoon (GH) en prolactine. De achterkwab van de hypofyse maakt het antidiuretisch hormoon (ADH).

Bijnierschorsstimulerend hormoon (cortisol) 

Het stimuleert de schors van de bijnieren, die zich net boven de nieren bevinden. Daar wordt het hormoon cortisol aangemaakt. Cortisol wordt ook wel het stresshormoon genoemd.
Wat doet cortisol?
Vrijwel elke cel van het lichaam heeft cortisol nodig. Het wordt in grote hoeveelheden aangemaakt wanneer het lichaam in stress of gevaar verkeert, of wanneer het lichaam ziek is. Het speelt een belangrijke rol bij afweerreacties en handhaving van de vet- , eiwit- en koolhydratenbalans.

Geslachtsklierstimulerende hormonen (LH en FSH)

De geslachtsklierstimulerende hormonen zijn het luteïniserend hormoon (LH) en het follikelstimulerend hormoon (FSH).
Wat doen LH en FSH?
LH en FSH zetten de geslachtsklieren aan tot het produceren van geslachtshormonen en reguleren de voortplanting. Bij de vrouw reguleren zij de afgifte van de geslachtshormonen oestradiol en progesteron. Deze stimuleren de eierstokken tot het aanmaken van eicellen. LH en FSH zijn belangrijk voor de menstruatiecyclus.
Bij de man gaan deze hormonen naar de zaadballen. Hier stimuleert LH de productie van het mannelijk hormoon testosteron en is FSA belangrijk voor de productie van zaadcellen.

Schildklier-stimulerend hormoon (TSH)

Dit hormoon stimuleert de schildklier tot het afgegeven zijn eigen hormoon, thyroxine. Een tekort aan TSH veroorzaakt o.a. vermoeidheid en zwaarlijvigheid. Een teveel aan schildklierhormoon tot o.a. gewichtsverlies, gejaagdheid en moeheid.
Wat doet de schildklier?
De schildklier reguleert talrijke lichaamsfuncties, o.a. de hartslag, de lichaamstemperatuur,de energie behoefte en (cel)stofwisselingsprocessen. Wanneer de schildklier niet goed functioneert voelt men zich slap en futloos.

Groeihormoon (GH)

Bij kinderen is groeihormoon essentieel voor de groei van de botten. Ook bij volwassenen is groeihormoon heel belangrijk.
Wat doet groeihormoon?
Groeihormoon houdt het lichaamsgewicht, de energiebalans en de hartfunctie op peil. Het speelt een rol in de suikerstofwisseling, de handhaving van de balans tussen spier - en vetmassa en de vetstofwisseling. Het beïnvloedt ook de botstructuur en eventuele bloedvatverkalking. Groeihormoon regelt mogelijk ook de verouderingsprocessen, het denktempo en het geestelijk welbevinden.

Prolactine

Na een bevalling stimuleert prolactine de borsten tot melkproductie. Het is altijd aanwezig in het bloed, bij vrouwen en ook bij mannen(!).
Wat doet prolactine verder nog?
Het wordt alleen tijdens de zwangerschap en de periode van borstvoeding in grotere hoeveelheden aangemaakt. Bij mannen heeft dit hormoon verder geen functie.

Antidiuretisch hormoon (ADH)

Dit hormoon wordt geproduceerd in de hypofyse achterkwab. De hypofyse stuurt het ADH op het juiste moment in de juiste hoeveelheid naar de nieren.
Wat doet ADH?
Het ADH heeft een vaatvernauwende werking. Het regelt samen met het bijnierschorshormoon aldosteron de hoogte van de bloeddruk.
ADH reguleert ook de geproduceerde hoeveelheid urine en de concentratie daarvan. Het zorgt ervoor dat de nieren voldoende water vasthouden en niet teveel water uit plassen.

Wat kan er mis gaan met de hypofyse?

Een gezwel van hormoonproducerende cellen

Op de hypofyse liggen minuscule 'eilandjes' van hormoonproducerende cellen, die elk een ander hormoon produceren of aansturen. Deze groepjes cellen kunnen uitgroeien tot een gezwel. Op het moment dat er ineens veel hormoonproducerende cellen bijkomen kan er teveel van dit hormoon in het bloed terecht. Dit kan problemen veroorzaken. Afhankelijk van welk hormoon te veel geproduceerd wordt krijgt het hormoonproducerend gezwel een naam: acromegalie (teveel groeihormoon), prolactinoom (teveel prolactine), ziekte van Cushing (teveel bijnierschorshormoon).

Een gezwel van niet-hormoonproducerende cellen

Ook niet-hormoonproducerende cellen op de hypofyse kunnen gaan groeien. Zij groeien uit tot een niet-functionerend hypofyse adenoom. Zo'n gezwel produceert geen hormonen, maar oefent wel druk uit op de omgeving. Dit kan ook problemen geven.
Een ander geval is het craniofaryngeoom. Een craniofaryngeoom produceert geen hormonen maar is wezenlijk anders dan een niet-functionerend hypofyse adenoom. Lees meer onder craniofaryngeoom.
Hypofysetumoren kunnen soms jarenlang aanwezig zijn zonder dat zij klachten of symptomen veroorzaken. Hypofyse gezwellen zijn bijna altijd goedaardig en zaaien zich daarom meestal niet uit.

Andere oorzaken van hypofyseproblemen

Een ontsteking in de hersenen (hypofysitis) kan overslaan naar de hypofyse en daar schade aan de cellen veroorzaken. Deze ontsteking kan leiden tot een verminderde hypofysefunctie. Er ontstaan tekorten aan één meerdere hormonen (hypopituïtarisme).
Ook een auto-immuun ziekte kan de oorzaak zijn van een ontsteking aan de hypofyse. Het lichaam denkt dan dat de hypofyse een indringer is die bestreden moet worden en zet een ontstekingsreactie in gang. Door de hierdoor veroorzaakte schade aan de cellen kan een verminderde hypofysefunctie optreden. Dit heet auto-immuun hypofysitis of lymfocytaire hypofysitis.
Een ernstige bloeding tijdens de bevalling kan ook de hypofysefunctie beschadigen. De bloeding kan ertoe leiden dat de hypofyse tijdelijk te weinig bloedtoevoer krijgt en niet voldoende zuurstof kan opnemen. Als gevolg hiervan kan de hypofyse geheel of gedeeltelijk afsterven. Dit heet het syndroom van Sheehan.
Ook andere storingen in de bloedvoorziening naar de hypofyse kunnen ernstige schade veroorzaken, bijvoorbeeld tijdens een hersenbloeding. Ook hierbij kan vanwege schade aan de cellen een verminderde hypofysefunctie optreden.
Een ongeluk met zwaar hoofdletsel kan ook een bloeding aan de hypofyse veroorzaken. Dit soort schade is niet altijd blijvend. In bepaalde gevallen herstelt zo'n letsel zich vanzelf binnen ongeveer een jaar.
Schade aan de hypofyse treedt soms op na een operatie en/of bestraling van een hypofysetumor. Hoe zorgvuldig de behandeling ook wordt uitgevoerd, er kan altijd schade ontstaan, zowel op kortere als langere termijn.
Een hypofyseaandoening kan ook veroorzaakt zijn door erfelijke factoren. Dit is echter zeldzaam en er is weinig over bekend.
Tot slot zijn verschillende andere aandoeningen die de hypofysefunctie kunnen verstoren. Meer hierover leest u onder bij overige aandoeningen.

Meer informatie kunt u vinden in het boekje De Hypofyse

Het boekje De Hypofyse bevat 85 pagina's gedetailleerde en duidelijke informatie over de hypofyse, hypofyseaandoeningen, behandelingsmogelijkheden en tal van belangrijke wetenswaardigheden voor de hypofysepatiënt en zijn/haar partner/familie. Handig als naslagwerk voor uzelf en geïnteresseerden, of als basisinformatie voor de nieuwe patiënt. De Hypofyse Stichting heeft boekjes uitgebracht over alle veel voorkomende hypofyseaandoeningen en een aantal andere onderwerpen. In de webwinkel vindt u een lijst van onze publicaties.