Mijn winkelmandje

 x 

Winkelwagen is leeg

Artsen aan het woord

De behandeling en follow-up van niet-functionerende hypofyseadenomen, dr. Pereira, 2007

Tijdens het Symposium 2007 sprak dr. A.M. Pereira, internist-endocrinoloog, Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) over nieuwe ontwikkelingen in de diagnostiek en behandeling van niet-functionerende hypofyseadenomen.

Tot zo’n twintig jaar geleden was opereren de enige behandelmogelijkheid bij deze aandoening. Na een transfenoïdale operatie was ongeveer 60% van deze patiënten genezen, bij 15% van hen keerde de aandoening later terug. Bijna 90% van de patiënten heeft last van hypofyse-uitval.

Symptomen
Bij een microadenoom zijn er geen symptomen waarneembaar en is geen directe behandeling nodig. Symptomen van een niet-functionerend hypofyse-macroadenoom kunnen zijn: gezichtsvelduitval, hoofdpijn en hypofyse-uitval.

Bij een macroadenoom is behandeling nodig als de patiënt last heeft van gezichtsvelduitval. Dan is een operatie vaak noodzakelijk. Heeft de patiënt geen problemen met zien, dan hangt de keus voor een behandeling af van de plaats en grootte van de tumor, de leeftijd van de patiënt en van de hormonale functie.

70-80% van de patiënten
Bij 70-80% van de patiënten kan de tumor niet volledig worden weggenomen bij de operatie. Na de operatie kan dan bestraling plaatsvinden. Dit heeft als voordeel dat het verdere tumorgroei voorkomt. Het nadeel van bestraling is dat het langetermijnschade kan veroorzaken zoals secundaire hersentumoren en hypofyse-uitval. Ook is bestraling niet in alle gevallen succesvol.

Niet direct bestralen
Daarom is het een goede optie om na een operatie niet direct te bestralen. Als de tumor toch weer gaat groeien, kan bestraling alsnog plaatsvinden. Na de operatie kan met een MRI-scan (bijvoorbeeld elke twee jaar) en gezichtsveldonderzoek gecontroleerd worden of de tumor (weer) is gaan groeien.