Mijn winkelmandje

 x 

Winkelwagen is leeg

Operatie en bestraling

De operatie - het traject van begin tot eind, drs. E.M.J.Cornips, 2007

Deze workshop werd gegeven door drs. E.M.J.Cornips, neurochirurg in het AZM te Maastricht. Hij liet de aanwezigen een film zien van een geheel nieuwe manier van opereren die hij sinds 2 jaar toepast bij hypofysetumoren. Enthousiast vertelde hij over deze nieuwe operatie techniek en benadrukte dat hij geen steekpenningen krijgt van de fabrikant maar gewoon lyrisch is over het werken met deze nieuwe apparatuur.

Microscopische benadering

De laatste jaren zijn meerdere neurochirurgische centra in Nederland overgeschakeld van de microscopische benadering (transseptaal of langs het neusseptum) naar de endoscopische benadering (transnasaal of door een neusgat). De endoscoop is een kijkbuis die langs de natuurlijke weg door de neus tot vlakbij de hypofysetumor gebracht wordt en aldaar een panoramisch overzicht geeft (weliswaar slechts in 2 dimensies).

Het overzicht is beduidend groter dan bij de microscopische benadering door een zogenaamde neusspeculum. Dit is een metalen buis waardoorheen men in essentie recht vooruit kan kijken (tunnelzicht). Bovendien moet voor het plaatsen van een neusspeculum het neustussenschot worden weggenomen.

Op de film die drs. Cornips liet zien werd een speciaal, mobiel MRI-apparaat getoond dat alleen gebruikt wordt tijdens neurochirurgische ingrepen, een zogenaamde intra-operatieve MRI. Het apparaat lijkt bijzonder nuttig te zijn bij hypofyse operaties, waar het niet alleen helpt bij het volgen van een optimaal traject, maar tevens toelaat om te controleren of de tumor voldoende verwijderd is en daarmee het doel van de operatie bereikt is.

Het kostenplaatje van deze MRI-scan overschrijdt de 1.5 miljoen euro. Daarnaast wordt bij elke ingreep nog voor ongeveer € 750,- wegwerpmateriaal gebruikt. Het onderhoud is gelukkig vele malen goedkoper dan van een klassieke MRI scan.

Hoe verloopt zo’n operatie nu concreet?

De patiënt wordt in slaap gebracht en het hoofd in een klem vastgezet. Vervolgens wordt een soort antenne aan de klem bevestigd, die door een infrarood camera wordt gezien tijdens de operatie. De MRI scant het hoofd van de patiënt en “ziet” vervolgens waar dit hoofd zich bevindt in de ruimte. Een computer toont aan de neurochirurg waar zijn instrument zich bevindt in de neus van de patiënt. Men noemt dit neuronavigatie naar analogie met de GPS navigatie in een auto.

Daarna wordt een soort uitklapbare tent geplaatst aan het voeteinde van de patiënt, die tijdens het scannen de volledige patiënt omhult. Deze tent is een kooi van Faraday die het magneetveld van de MRI afschermt van invloeden van buiten uit, om te vermijden dat de beelden door ruis onbruikbaar worden. De MRI wordt dan in positie gebracht aan het hoofdeinde van de patiënt, waarna de zware magneet omhoog komt (links en rechts van het hoofd) door een druk op de knop.

De computer registreert de onderlinge posities van de MRI en het hoofd, en gaat vervolgens scannen. De scan verschijnt meteen op het scherm en kan vergeleken worden met scans die voor de operatie gemaakt werden. De tent wordt geopend en de operatie kan beginnen.

Op eender welk gewenst ogenbik tijdens de operatie kan de neurochirurg besluiten een nieuwe scan te maken: om zich opnieuw te oriënteren, om te kijken of de oogzenuw vrij ligt, om te kijken hoeveel tumor er nog achterblijft en of hij daar nog veilig bij kan. Tenslotte kunnen ook bepaalde complicaties dankzij de MRI vroegtijdig ontdekt worden.

Voor anesthesisten en operatieverpleegkundigen is het ook heel anders werken dan ze gewend zijn. Bewakingsapparaten moeten MRI compatibel zijn en chirurgische instrumenten blijven niet netjes op een rij liggen daar ze allemaal gemagnetiseerd worden en vervolgens naar mekaar toe of juist van mekaar weg gaan bewegen.

Het MRI apparaat neemt ook ruimte in aan het hoofdeinde van de patiënt en blijft daar gedurende de hele operatie staan. Alvorens te scannen moeten alle steriele instrumenten opzij gelegd, alle kabeltjes losgekoppeld, en alle randapparatuur uitgezet worden.

De combinatie van endoscopie en intra-operatieve MRI lijkt veelbelovend, maar er is nog veel werk aan de winkel, de techniek is a.h.w. nog maar net uit zijn kinderschoenen aan het groeien. Momenteel duurt zo’n operatie nog 2 tot 3 uur langer, in de toekomst moet dit sneller en efficiënter verlopen.

De neurochirurg kan weliswaar zien waar en hoeveel tumor er nog achterblijft en of de oogzenuw voldoende vrij ligt, en vervolgens beslissen om te stoppen dan wel om verder te opereren, maar het concrete voordeel hiervan voor de individuele patiënt is op dit ogenblik nog niet met degelijk onderzoek bewezen.

Dergelijke apparatuur is bovendien nog vrij storingsgevoelig, reden waarom er indien nodig online contact kan gemaakt worden met het Israëlische bedrijf waar het apparaat vandaan komt. De endoscopische techniek is dan weer in Italië ontwikkeld, en de combinatie van beide wordt wereldwijd slechts in een beperkt aantal centra toegepast. Erg prettig bij een endoscopische operatie is dat er haast geen wond is, een kleine tampon in een neusgat is voldoende. Het enthousiasme van drs. Cornips maakte er een interessante workshop van.