De Stelling: De ziekte van Cushing geeft extra risico op trombose (artikel)

Printen

Uit: Hyponieuws 3 – 2024

Veel klachten die horen bij Cushing kennen de meeste patiënten wel. Maar sommige, toch ernstige klachten zijn wat minder bekend. Het risico op trombose is daar een voorbeeld van. Wat is het? En kun je er iets aan doen?

Het syndroom van Cushing is erg vervelend. Door het teveel aan ACTH krijg je ook een teveel aan cortisol. Je kunt dan een heleboel klachten krijgen. Bekende klachten zijn:

  • zwaarder worden, vooral rond de buik
  • een dunnere huid
  • sneller blauwe plekken
  • een hoge bloeddruk of het erger worden van een bestaande hoge bloeddruk
  • diabetes of het erger worden van bestaande diabetes
  • botontkalking
  • enzovoort

Bloedprop

Minder bekend is dus het verhoogde risico op trombose bij het syndroom van Cushing. Bij trombose ontstaat er een bloedprop die een bloedvat afsluit. Deze aandoening komt ook voor bij mensen zonder het syndroom van Cushing. Zo heb je al extra risico op trombose als:

  • je rookt
  • je te zwaar bent
  • je als vrouw de pil slikt
  • het in je genen zit

De rol van cortisol

Mensen met het syndroom van Cushing hebben extra pech. Zij hebben door hun ziekte zelf al een verhoogd risico op trombose. Dat komt doordat zij altijd te veel cortisol in hun bloed hebben. Daardoor verandert het bloed.

In je bloed zitten eiwitten die ervoor zorgen dat je bloed stolt als je jezelf snijdt of stoot. Zo ontstaat ook de blauwe plek. Deze eiwitten heten de stollingsfactoren. Heb je te veel stollingsfactoren in je bloed? Dan kan je trombose krijgen.

Uit onderzoek blijkt dat bij mensen met het syndroom van Cushing de stollingsfactoren verstoord en te hoog zijn. Zo ontstaat makkelijker trombose. Maar er is ook goed nieuws. Want dit extra risico op trombose kan bij deze mensen weer verdwijnen. Daarom is het belangrijk de ziekte te behandelen en het cortisol in het bloed blijvend te verlagen.

Conclusie

De stelling ‘Het syndroom van Cushing geeft extra risico op trombose’ is dus juist. Maar met een goede behandeling verdwijnt dit extra risico gelukkig ook weer.


© Nederlandse Hypofyse Stichting - Alle rechten voorbehouden

ANBI Keurmerk