Diagnose van hypofyseaandoeningen: De rol van een oogarts (artikel)

Printen

Uit: Hyponieuws 3 – 2025

Als er iets mis is met je hypofyse, krijg je al snel te maken met allerlei artsen. Een daarvan is de oogarts. Waarom? En wat doet een oogarts in zo’n geval?

Binnen enkele weken na jouw diagnose van een hypofyseaandoening krijg je een oproep van een oogarts. Vaak stuurt je endocrinoloog of neurochirurg je door. De oogarts voert dan enkele controles en onderzoeken bij je uit.

Eerste bezoek aan oogarts

In een deel van de gevallen komen patiënten met klachten van het zien bij de oogarts. Dan vraagt hij of zij naar je klachten en hoelang je hier al last van hebt. Ook vraagt de arts of er oogheelkundige afwijkingen voorkomen in je familie en of je medicijnen gebruikt. Want de afwijking glaucoom zorgt bijvoorbeeld ook voor uitval in je gezichtsveld. En sommige medicijnen hebben weer invloed op het centrale zien.

De oogarts meet ook met een letterkaart hoe goed je kunt zien. Je krijgt daarna druppels om je irissen wijder te maken. De arts kijkt dan met een lensje in je oog en beoordeelt zo de kleur en vorm van de oogzenuw.

Drukt er iets op de zenuw? Dan kan de kleur bleker worden en de vorm anders zijn, meestal holler. Met de nieuwe techniek van de OCT-scan leggen artsen dit nu ook digitaal vast. Ze meten hiermee ook de zenuwvezellaag en hoeveel verlies er al is. Want onderzoek laat zien dat bij patiënten die nog een goede zenuwvezellaag hebben, het gezichtsveld het beste herstelt na het weghalen van de tumor.

Gezichtsveldonderzoek

De oogarts neemt ook het gezichtsveldonderzoek bij je af. Daarvoor test hij of zij allebei je ogen apart. Zo krijg je een goed beeld van het gezichtsveld per oog. Het gezichtsveld is wat je ziet zonder je hoofd of ogen te bewegen. Het lijkt het meest op een ovaal gebied recht voor je en de breedte is groter dan de hoogte.

Bij dit onderzoek krijg je afwisselend zwakke en sterke lichtjes te zien in een bol. Met een klikker moet je op de lichtjes reageren. Dit duurt tussen de 7 en 15 minuten per oog. De test is dan ook erg vermoeiend, want je moet bijna een half uur je aandacht hierop richten. Maar dat is wel belangrijk om een betrouwbare uitslag te krijgen.

Bij druk op de kruising van de oogzenuw, krijg je meestal uitval aan beide zijkanten van je gezichtsveld. Maar bij veel patiënten drukt de tumor niet aan beide kanten even hard. En soms groeit de tumor een beetje schuin naar achteren. Zij hebben dan soms uitval aan een van beide zijden. Soms kunnen patiënten minder goed zien door de uitval.

Wel of niet behandelen

Blijkt uit de tests dat je veel uitval hebt? Of dat je met een of beide ogen minder ziet? Dan geeft je oogarts dit bij spoed direct door aan je specialist. Dat is je endocrinoloog of je neurochirurg. Is er geen spoed bij? Dan geeft je oogarts dit door tijdens het multidisciplinair overleg (MDO, zie onderaan).

Heb je geen uitval? Dan kun je soms kiezen om niet te behandelen en nog even af te wachten. Heb je flinke uitval? Dan is een snelle behandeling belangrijk. Een van de redenen om snel een behandeling te starten is een bedreigde visus. Dat betekent dat je slechter kunt gaan zien. Een oogarts is dus een belangrijke speler in zo’n MDO voor de hypofyse.

Bij beginnende uitval besluit het behandelteam welke behandelingen mogelijk zijn en binnen welke tijd deze moeten plaatsvinden. Groeit de afwijking niet en heb je nog maar heel weinig uitval? Dan kun je soms nog afwachten. De arts en patiënt overleggen dit dan samen.

Na een hypofyseoperatie

Tijdens en na de behandeling van je hypofysetumor is het belangrijk dat je artsen je goed in de gaten houden, ook je oogarts. Vaak kom je al binnen 1 maand na de operatie bij je oogarts. Hij of zij beoordeelt dan hoe goed je kunt zien en of je gezichtsveld al verbetert. In het eerste jaar krijg je deze afspraken vaak elke 3 maanden. Zo controleert je oogarts hoe goed het herstel is van het je zien.

Is er geen verbetering? Of is er zelfs verslechtering? Dan gaat je oogarts samen met je chirurg of endocrinoloog na of hier misschien redenen voor zijn. Soms zijn er bijvoorbeeld tijdens de operatie problemen opgetreden of is er een nabloeding.

Als oogartsen volgen we je zoveel mogelijk. Veranderingen geven we door aan je andere specialisten. Zo maken we samen het beste behandelplan.

Zwangerschap

Sommige hypofyseafwijkingen worden soms erger tijdens de zwangerschap. Ook dan bezoek je elke 3 maanden de oogarts. Hij of zij houdt je ogen in de gaten met alle testen. Deze testen zijn vermoeiend, maar niet belastend voor je lichaam. Heb je uitval van je gezichtsveld of daalt je zicht? Dan overlegt je oogarts met je endocrinoloog of een MRI-scan toch nodig is.

Groei tumor belangrijk

Veel onderzoeken laten zien dat de afwijkingen in het gezichtsveld en een dunnere zenuwvezellaag te maken hebben met de grootte van de tumor. Hoe groter de tumor, hoe meer uitval op het gezichtsveld.

Maar tumoren die heel langzaam groeien geven soms geen of bijna geen schade aan het gezichtsveld. Dat komt omdat de kruising van de oogzenuw dan ook langzaam meerekt. Toch kan de zenuwvezellaag dan wel al veel dunner zijn. Dan is het toch de verwachting dat de functie van de oogzenuwen afneemt als de druk op de kruising van de oogzenuw blijft.

Slechter zien

Op de afbeelding hieronder zie je dat de hypofyse onder de kruising van de oogzenuw ligt. Wordt een tumor of beschadiging in of rond de hypofyse groter? Dan kan deze de kruising van de oogzenuw wegduwen of beknellen. Je ziet dan eerst slechter aan de zijkanten van je gezichtsveld. Dit heet ook wel het perifeer gezichtsveld.

Zit er lang druk op de kruising van de oogzenuw? Of wordt deze ver weggeduwd? Dan kan je ook problemen krijgen met je centrale zien, dat is het midden van je gezichtsveld.

Heel soms ziet een patiënt ook dubbel. Dit komt vooral voor bij patiënten met een bloeding in de afwijking bij de hypofyse. En bij patiënten met uitval van de bewegingszenuwen van de ogen, zoals de derde en de zesde hersenzenuw. Die schade krijgen patiënten soms als de druk op de kruising van de oogzenuw snel ontstaat.

 

Kruising van de oogzenuw

De oogzenuw heet zo omdat hij eindigt in het oog. Hij verbindt het oog met het brein. Uit beide ogen komt dus een zenuw die net achter de oogkassen kruist. Dit is de kruising van de oogzenuw. De helft van de vezels kruist naar links en de andere helft naar rechts. Deze kruising zorgt ervoor dat je diepte kunt zien.

Multidisciplinair overleg (MDO

Grote ziekenhuizen, zoals academische ziekenhuizen, hebben 2 tot 3 keer per maand een MDO. Tijdens dit overleg bespreken artsen uit verschillende vakgebieden de situatie van een patiënt. Een voorbeeld hiervan zijn de uitkomsten van de onderzoeken door de oogarts. Die bespreken de artsen dan bijvoorbeeld samen met de beelden van de radioloog. De artsen uit het MDO geven ook samen advies aan de behandelend arts, ook als deze in een ander ziekenhuis werkt.


© Nederlandse Hypofyse Stichting - Alle rechten voorbehouden

ANBI Keurmerk