Acromegalie: diagnose en behandeling

Printen

Veel mensen ervaren de periode voor de diagnose van acromegalie als een moeilijke en zware periode. Allereerst komt dit natuurlijk door de klachten, maar ook doordat de aandoening niet (h)erkend wordt. Sommige mensen krijgen te horen dat het allemaal ‘tussen de oren’ zit. Veel mensen geven aan dat ze zich in de periode voor de diagnose van acromegalie erg alleen en onbegrepen voelden. De diagnose kan daarom een gevoel van opluchting geven. Eindelijk is duidelijk wat er aan de hand is en kan er met een behandeling gestart worden.  Voor een definitieve diagnose van acromegalie is een aantal onderzoeken mogelijk: 

 

Diagnose acromegalie: bloedonderzoek

Bij (het vermoeden van) acromegalie wordt altijd het IGF-1 (groeihormoon) in het bloed bepaald. Vervolgens beoordeelt je endocrinoloog of de uitslag binnen de normaalwaarden valt, of dat je IGF-1waarde te hoog is. Ook de waarden van de andere hypofysehormonen worden gemeten, om te controleren of er eventuele hormonale tekorten zijn ontstaan.  

Diagnose acromegalie: overige onderzoeken 

Voordat er een definitieve diagnose wordt gesteld, doet je arts verschillende onderzoeken. Dat kunnen speciale bloedonderzoeken zijn, een MRI-scan en een gezichtsveldonderzoek. Ook kan een OGTT test worden gedaan. Niet iedereen krijgt dezelfde onderzoeken.

Acromegalie behandeling

De behandeling van mensen met acromegalie is maatwerk. Deze kan bestaan uit enkel geneesmiddelen, een operatie of bestraling, of een combinatie van deze behandelingen. De arts bekijkt samen met jou wat de beste behandeling voor je is. Daarbij let de arts op je klachten, het groeihormoon en IGF-Igehalte in het bloed en de grootte van de tumor in de hypofyse. 


© Nederlandse Hypofyse Stichting - Alle rechten voorbehouden

ANBI Keurmerk