Mijn winkelmandje

 x 

Winkelwagen is leeg

Medicatie

Medicatie om hormonen te remmen

Medicatie om hormonen te remmen is nodig als er sprake is van overmatige productie van een of meer van onderstaande hypofysehormonen:

Te veel prolactine (prolactinoom)

Parlodel (grondstof: bromocriptine) blokkeert de receptoren van de zenuwcellen die prolactine opnemen, zodat ze er niet teveel kan worden opgenomen. Het moet twee tot drie keer per dag worden ingenomen. Parlodel wordt ook gebruikt bij andere hormonale aandoeningen.

Dostinex (grondstof: cabergoline) is een prolactineremmer. Het  onderdrukt de aanmaak van prolactine. Hoe vaak u het per dag moet innemen hangt af van uw situatie. Het wordt over het algemeen voor het slapen gaan ingenomen, met wat voedsel.

Norprolac (werkzame stof: quinagolide) is ook een prolactineremmer. Het onderdrukt de aanmaak van prolactine en brengt dus het prolactinegehalte in het bloed naar beneden.

Wanneer u  één van de bovengenoemde middelen gebruikt, zal uw  arts adviseren elke 1 tot 2 jaar gedurende 2 maanden met het gebruik te stoppen om te zien of de hoeveelheid prolactine misschien weer normaal is geworden.

Alle bovengenoemde middelen hebben hetzelfde effect, maar niet iedereen kan er even goed tegen. Wanneer u zich niet goed voelt bij één van deze middelen, vraag uw arts dan om een andere voor te schrijven. Vaak kan dat een groot verschil maken. 

Te veel groeihormoon (acromegalie)

Somatuline PR,  Somatuline ‘Autosolution’ (grondstof: lanreotide)

Sandostatine, Sandostatine LAR (long acting release) (grondstof: octreotide )

Somavert (grondstof: pegvisomant)

Deze middelen lijken op een lichaamseigen hormoon dat door de hypothalamus wordt gemaakt. Dit hormoon (groeihormoon inhibiting hormone (GH-IH) of somatostatine), geeft de hypofyse het signaal minder groeihormoon af te geven. Lanreotide en octreotice doen hetzelfde.

Somatuline PR moet worden ingespoten in de bilspier, ongeveer een keer in de twee weken. Dit wordt gedaan door een arts of verpleegkundige.

Somatuline Autosolution is een langwerkende vorm van lanreotide: het wordt ingespoten in de zijkant van het bovenbeen. Dit wordt meestal door de arts of verpleegkundige gedaan. Hiervoor is een gratis thuisservice beschikbaar, maar u kunt het ook zelf doen.

Sandostatine moet drie keer per dag worden ingespoten onder de huid. U kunt dit zelf doen. Een verpleegkundige zal eerst uitleggen hoe dit moet.

Sandostatine LAR is een langwerkende vorm van Sandostatine:  deze moet ongeveer een keer in de maand in de bilspier worden gespoten door een arts of verpleegkundige. Veel patiënten doen het zelf.

Bijwerkingen: 

Deze middelen kunnen soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen) maag-darmklachten geven. Ook komen soms galstenen of andere galblaasproblemen voor en kan een hoog suikergehalte in het bloed ontstaan.

Somavert (grondstof: pegvisomant )

De grondstof van Somavert, pegvisomant , is groeihormoon dat genetisch veranderd is en de werking van groeihormoon blokkeert. Wanneer pegvisomant  is gebonden aan de groeihormoon receptor past het lichaamseigen groeihormoon er niet meer bij. Zo ontstaat dus een groeihormoon receptor blokkade.

Pegvisomant wordt over het algemeen voorgeschreven als lanreotide en octreotide niet werken. Het middel moet dagelijks of wekelijks onder de huid worden ingespoten.

Somavert wordt soms voorgeschreven in combinatie met een somatostatine analoog.  Indien gecombineerd met een somatostatine analoog kan de Somavert injectie 1 of 2 maal per week gegeven worden.

Bijwerkingen: 
Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen) kan er pijn, zwelling, roodheid en irritatie op de plaats van de injectie ontstaan.

Parlodel (grondstof: bromocriptine)
Parlodel heeft een andere werking dan lanreotide en octreotide. Het blokkeert niet de groeihormoonreceptor, maar remt de afgifte van het groeihormoon.

Bromocriptine slaat niet aan bij iedere patiënt met acromegalie en er is een hoge dosis nodig om het gewenste resultaat te bereiken.  

Pasireotide (SOM 230)

Bij patiënten met acromegalie is dit middel effectief bij 60% van de patiënten. Een bijwerking van Pasireotide die echter goed in de gaten moet worden gehouden is diabetes mellitus. Pasireotide wordt ook gebruikt bij patiënten met de ziekte van Cushing. 

Te veel cortisol (ziekte van Cushing)

Pasireotide Pasireotide is oorspronkelijk ontwikkeld voor de behandeling van acromegalie, maar het is gebleken dat het ook kan worden ingezet om het cortisolgehalte omlaag te brengen bij patiënten met de ziekte van Cushing.  Pasireotide werkt direct op de hypofyse, die daardoor minder ACTH gaat produceren. Bij acromegalie werkt Pasireotide bij 60% van de patiënten, bij mensen met de ziekte van Cushing helaas slechts maar bij 30%.

Pasireotide is het enige medicijn dat momenteel geregistreerd is voor behandeling van de ziekte van Cushing in Nederland. Er is nog maar weinig klinische ervaring met dit middel bij de ziekte van Cushing. Een belangrijke bijwerking van Pasireotide is diabetes mellitus.

Er zijn een aantal nieuwe medicamenteuze mogelijkheden, nl. de combinatie  van Pasireotide met Dostinex (cabergoline) en ketoconazol.

 

Let op: deze lijst van medicatie en de informatie over de medicatie is niet volledig. Uiteraard is uw arts de enige die kan beslissen welke medicatie voor u het meest geschikt is. De Hypofyse Stichting aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor het verkeerd interpreteren of gebruiken van de door ons verstrekte informatie. Zie ook onze disclaimer